The Inner Power Project: Laura

Ik ben Laura, 24, muzikant en leerkracht op de muziekschool. Daarnaast ben ik mijn educatieve master aan het behalen. Ik word gelukkig van mijn vriend, mijn kat, lekker eten, goede boeken en muziek.


Wat mij meteen aansprak aan The Inner Power Project was het ‘inner strength / inner struggle’ aspect. Ik loop daar al heel mijn leven tegenaan. Enerzijds zorgt mijn perfectionisme ervoor dat ik een enorm doorzettingsvermogen heb. Anderzijds zorgt het er net voor dat ik vaak over mijn grenzen ga, teveel hooi op mijn vork neem en dat ik nooit echt trots ben op wat ik doe, omdat het nooit goed genoeg is. Ik ben een goede student, ben altijd degene die gemotiveerd is en goede punten scoort, waardoor die lat ook telkens hoger komt te liggen. Ik bén nu die goede student, daarvoor wil ik niet meer onderdoen. Daar loop ik vaak op vast, als ik eens mindere punten haal of minder presteer, ben ik teleurgesteld. Daardoor zit ik vast in een vicieuze cirkel; ik presteer goed en word zo ook gezien door mijn omgeving. Ik doe steeds harder mijn best om aan de verwachtingen te voldoen en blijf de lat hoger leggen. Dat is mijn identiteit geworden, dat is wie ik ben. Ik haalde daar ook voldoening uit, totdat ik me afvroeg: ‘Wie ben ik buiten die goed presterende vrouw?’. Ik werd door de maatschappij gezien als een prestatiebeest met goede punten en werd dankzij die goede resultaten gewaardeerd, niet omwille van wie ik was. Dat was mijn gevoel, dat er enkel gekeken werd naar mijn resultaten en niet naar mijn persoon. Iets wat door de jaren heen zo gegroeid was natuurlijk. Mijn hoofd was zo geprogrammeerd dat ik dacht dat anderen mij waardeerden omwille van mijn goede resultaten en niet mijn persoonlijkheid.





Met de paplepel


Perfectionisme zit er bij mij al heel lang in en is mijn tweede natuur geworden. Ik geef initiatielessen aan 6-jarigen, zij beginnen soms in mijn les te wenen omdat ze algemeen te veel te doen hebben en daardoor veel stress hebben. Die verwachtingen die we van elkaar hebben, om veel hobby’s en interesses te hebben en overal ook heel goed in te zijn, zit heel diep in onze maatschappij ingeworteld.


Ik merkte zelf dat mijn prestatiedrang niet oké was en ging een cursus rond perfectionisme volgen, die het conservatorium organiseerde. Daarin werd duidelijk hoe ik en anderen daarmee omgingen, wat de coping strategieën waren. Harder werken is duidelijk mijn manier van omgaan met perfectionisme. Tijdens de cursus werd duidelijk dat perfectionisme aangeleerd is, en dus niet zozeer ‘de aard van het beestje’ is, wat ik tot dan dacht. Ik werd in die richting gepusht, mijn perfectionisme werd gestimuleerd door mijn omgeving. Ongeveer een jaar geleden ben ik beginnen Googlen naar ‘psychologische hulp’ en kwam ik op 5 gratis sessies bij een praktijk in mijn buurt. Ik heb dan vrijwel meteen een afspraak gemaakt. Dat heeft mijn ogen geopend. Door er met een psycholoog over te praten, kwamen mijn gedragingen en de oorsprong ervan boven water. Ik ben aan het leren om milder te zijn voor mezelf en om te gaan met mijn perfectionisme.


Sindsdien ga ik maandelijks naar de psycholoog, ook wanneer ik het gevoel heb dat alles goed gaat. Bij de psycholoog komen er dan toch zaken boven. Al heb ik het gevoel dat het wel goed gaat, zie ik in dat ik milder kan zijn voor mezelf. Voor mij zijn die maandelijkse bezoeken aan de psycholoog even belangrijk als de jaarlijkse check-ups bij de tandarts. Mocht het goedkoper zijn, zouden nog meer mensen de stap zetten. De gratis sessies hebben mij ook over de streep getrokken.


Stel dat iedereen één keer per jaar tegen een lager tarief of zelfs gratis naar de psycholoog kon gaan, zou de drempel veel lager zijn én zouden sommigen inzien dat dat deugd kan doen.


Inzicht in mijn gedrag


Mijn vriend heeft me doen inzien dat ik te streng was voor mezelf; wanneer ik bijvoorbeeld een opdracht indiende en goede resultaten haalde, kon ik streng zijn en zeggen dat het niet goed genoeg was. Hij kon dat relativeren en zei dat mijn opdracht wel goed was. Ook grenzen stellen en werk loslaten ging hem beter af. Doordat hij een 9-to-5 had en ik lange dagen draaide, kon hij gemakkelijker zijn werk loslaten en ontspannen. Voor mij lag dat natuurlijk anders. In de muziekbusiness kan je altijd werken. Wanneer we bijvoorbeeld samen een serie keken, was ik op mijn smartphone bezig met boekingen of checkte ik mijn mails. Hij heeft een groot aandeel in mijn herstelproces, omdat hij mij wees op het feit dat ik mijn werk niet kon loslaten.


Daarnaast gaven mijn lessen ontwikkelingspsychologie, motivatiepsychologie en andere psychologie-gerelateerde vakken in de lerarenopleiding die ik nu volg inzicht in opvoeding en ontwikkeling. Door die vakken kwam ik tot de vaststelling dat ik op een andere manier ben grootgebracht en ontwikkeld. Ik pas die ‘learnings’ ook toe bij mijn leerlingen, ik probeer dieper in te gaan op de ‘waarom’ wanneer ze zich niet goed voelen of wanneer iets niet lukt. In het klassiek onderwijs is hier minder ruimte voor, ik ben dankbaar dat ik daar wel ruimte voor kan maken in mijn avondlessen. Ik wil ook een plek creëren waar dat kan, waar de leerlingen erover kunnen praten. Dat wordt wel geapprecieerd. Bij zang komen er veel twijfels boven en zijn veel leerlingen streng voor zichzelf. Doordat ik een veilige plaats creëer, kunnen ze hun verhaal en twijfels delen.





Recovering perfectionist


Rust nemen en mild zijn voor mezelf blijft moeilijk, ik ben een recovering perfectionist. De leuke activiteiten worden snel geschrapt, die zorgen namelijk voor een schuldgevoel. Wanneer ik bijvoorbeeld ga zwemmen, zoek ik excuses om niet te gaan, zoals ‘ik heb mijn benen niet geschoren’. Ik kan die tijd nuttig en beter spenderen door te werken, denk ik vaak. Dat is een groot werkpunt. Ik verstop die werkdrang ook wanneer ik iets cancel of gewoonweg niet kan, omdat ik dan aan het werk ben. Dan zeg ik dat ik al andere plannen heb, uit schaamte dat ik veel werk. Hard werken is mijn vluchtreactie bij uitstek.


Naast naar de psycholoog gaan, sport en bak ik om mijn gedachten te verzetten. Ik maak ook to do lists zodat ik kan doorstrepen wat ik wél heb gedaan, wat de focus verlegt naar wat wel al goed ging. Ik probeer die lijstjes ook realistischer te benaderen. Staat mijn dag al redelijk vol, dan denk ik na over welke taken écht belangrijk zijn en maak ik een selectie. Ik baken daarnaast blokken in mijn agenda af, waarin ik een begin- en einduur aanduid waarop ik werk.


Het feit dat ik naar een psycholoog ga, wordt over het algemeen goed onthaald door mijn omgeving. Wanneer ik nee zeg en mijn grenzen aangeef, krijg ik soms wel een andere reactie en geven mensen aan dat mijn agenda in hun ogen niet echt druk is. Vroeger zei ik namelijk altijd ‘ja’ en die aanpassing is moeilijk voor velen. Aanvoelen wanneer ik ‘slabak’ en wanneer ik mijn werk doe met ruimte voor mezelf is ook een opgave. Mijn grens lag zodanig hoog dat ik snel het gevoel heb te niksen wanneer ik meer ruimte neem voor mezelf. Door Corona en de daarbijhorende maatregelen en lockdowns lag de muziekbusiness even stil, maar ik heb bijvoorbeeld wel 72 studiepunten opgenomen om mijn educatieve master sneller te behalen en ik nam een deeltijdse job aan. Ik had toch tijd, dus gebruikte ik die tijd ook volledig. Ik ga dus snel over mijn grenzen heen, omdat die grenzen zodanig hoog liggen. Veel anderen zeiden dat ze vakken lieten vallen met Corona, ik deed het tegenovergestelde en praatte die beslissingen mezelf ook aan. Daardoor gaf ik mezelf geen ademruimte en dat is wel dubbel. Dat is mijn innerlijke strijd; enerzijds werk ik meer en harder doordat mijn grens heel hoog ligt, anderzijds geef ik mezelf geen ruimte en kan ik niet mild zijn voor mezelf wanneer iets niet ‘perfect’ is.





Toekomstmuziek


In het onderwijs worden goede punten toegejuicht, kinderen die minder presteren worden aangesproken. ‘Doe wat beter je best’ of ‘steek een tandje bij’, klinkt het dan. Bij leerlingen die goed en bovengemiddeld presteren, wordt niet gekeken naar hun gedrag en welbevinden. Daar zullen leerkrachten en ouders niet snel zeggen ‘doe eens wat minder’ of ‘geef jezelf ruimte’. Zulke punten worden positief onthaald, wat het perfectionisme alleen maar versterkt en de lat en druk verhoogt. De goede leerlingen worden op overlegmomenten overgeslagen, naar mijn mening zouden alle leerlingen elk halfjaar besproken moeten worden. Niet enkel op basis van hun resultaten, maar ook het mentaal welbevinden kan aan bod komen. Ik ging in mijn middelbare school bijvoorbeeld elke middag piano spelen om mijn spelen te verbeteren. Ook hier hadden leerkrachten kunnen checken of dat nodig was, of ik niet beter met vrienden kon ontspannen.


Punten dragen ook bij aan het perfectionisme; je krijgt al snel een stempel op basis van jouw punten. Er wordt zo’n sterke focus gelegd op de goede en slechte leerlingen en niet op de talenten van leerlingen. Dat heeft mijn perfectionisme enorm versterkt. Ik heb bijvoorbeeld nooit de juiste tools en begeleiding gekregen om om te gaan met mijn perfectionisme. Hoe zouden mensen dingen die hen tegenhouden, op een gezonde manier inzetten als sterkte? Dat soort preventie zou enorm veel mensen helpen nog voor ze blokkeren.


Door dat wel in mijn klas te integreren, hoop ik een verschil te maken. Als ik daarmee één leerling kan helpen, is mijn doel bereikt.


Tekst: Inez Asaert / Studio Vonk