The Inner Power Project: Katrien

Ik ben Katrien, 25 jaar oud en opvoedingsondersteuner. Momenteel enkel contractueel, aangezien ik even ‘uit’ ben. Ik word gelukkig van kleine dingen zoals lekker eten, een goed boek lezen en er echt van kunnen genieten, onder vrienden zijn, maar ook van alleen zijn. Dat is iets dat ik wel heb moeten leren, maar daar kan ik ondertussen ook wel van genieten.


Ik heb mentale gezondheid altijd interessant gevonden en heb voor mezelf lang gezocht naar wat het is en wat we nodig hebben om te kunnen spreken over een ‘goede’ mentale gezondheid. Het feit dat ik mentale gezondheid zo belangrijk vind en het verhaal van anderen graag hoor en hen steun, staat lijnrecht tegenover hoe ik zelf jarenlang het mijne heb genegeerd.


Gevoelens? Zo ver weg mogelijk please!


Toen ik 16-17 was, begon ik me slecht te voelen. Ik wist niet anders dan dat ver weg te steken en mij te concentreren op mijn schoolwerk. Over mijn emoties had ik geen controle, over mijn schoolwerk wel. Ik ben een perfectionist, als ik er nu over nadenk was de manier waarop ik in de lagere school omging met taken en huiswerk al niet gezond. Enkel het beste was goed genoeg en ik wou altijd beter doen. Nadat ik afstudeerde in het middelbaar, koos ik voor de richting ergotherapie in Antwerpen. Na een jaar ben ik veranderd van studierichting en op kot gegaan in Leuven. Eigenlijk ging dat heel goed; ik was gelukkig op mijn kot, mijn plek. Maar in het tweede jaar, met Kerst, voelde alles plots te veel; ik kreeg geen zin meer gelezen zonder te vergeten wat de vorige was. Ik kon enkel nog huilen en slapen. Toen ging het heel snel heel slecht. Ik wilde er zelfs niet meer zijn en mijn examens konden me gestolen worden. Mijn ouders zijn met mij naar de huisarts gegaan. Daar kreeg ik de diagnose ‘depressie’ en het advies om mijn examens uit te stellen, maar dat was voor mij geen optie. Ik dacht dat ik wel medicatie zou krijgen en het dan opgelost zou zijn. Het zou enkele weken duren voordat de medicatie effect zou hebben. Ik heb uiteindelijk 2 vakken laten vallen, voor de andere vakken was ik geslaagd. Door het beetje ruimte dat ik mezelf gaf door die vakken los te laten, kon ik weer een beetje ademen. Later voelde ik me terug sterker worden doorheen mijn studies, de diepe dalen gingen eruit, nog steeds met ups en downs, goede en minder goede periodes, maar ik leerde er doorgaan. Ik voelde me sterker; dat gaf mijn zelfvertrouwen en assertiviteit een boost. Toen leerde ik ook mijn vriend kennen. Alles voelde goed in mijn leven. Ik studeerde af en ging werken, maar opnieuw staken de donkere periodes de kop op. Ik was niet gelukkig in wat ik deed, maar dat besefte ik niet. De enige optie voor mij was doorgaan. Ik veranderde van job en ging samenwonen met mijn vriend. Twee jaar geleden gingen we samen op vakantie; een kantelpunt voor mij.





Stilte voor de storm


Tijdens die vakantie werd mijn moeke slechter. Mijn familie belde mij op en we hoopten allemaal dat ze snel naar huis zou mogen. Ik zou straks of morgen even met haar kunnen bellen, na de onderzoeken. Een dag later had ik ze nog steeds niet gehoord, ze sliep nog steeds. Toen voelde ik: ik moest zo snel mogelijk vanuit Mallorca naar huis. Lang verhaal kort: ik heb ze nog één keer kort gehoord, maar eenmaal geland, was het te laat. Ons moeke, de dierbaarste persoon in mijn leven, was gestorven. Dat was het begin van een minder goede periode, die sluimerend opkwam. Mijn draagkracht ging pijlsnel achteruit. We woonden bijvoorbeeld op de eerste verdieping van het appartementsgebouw en ik kon de buren niet meer verdragen, op het werk kon ik niet meer tot 10 tellen om folders te verdelen. Zowel privé als op het werk voelde ik alles misgaan. Ik probeerde zo hard, maar alles voelde zo zwaar aan. Mijn angsten namen proporties aan waarin ik ze niet meer de baas was en paniekaanvallen volgden elkaar op. Ik heb dan opnieuw de stap gezet om naar een psychologe te gaan. Zij trok toen al voorzichtig aan de alarmbel, maar daar wilde ik niets van weten. Ze adviseerde me om op vaste momenten af te spreken. Ik kreeg door onze gesprekken opnieuw iets meer ademruimte, maar ook de periode die volgde verliep met ups en downs.


Corona volgde een paar maanden later, waardoor we allemaal binnen moesten blijven en sociale contacten, die me ontzettend dierbaar zijn, werden herleid naar een minimum. Dat gaf me ergens ook veel rust. Mijn vriend en ik hebben in die periode ook ons eigen appartement gekocht, wat mij veel stress bezorgde. De zomer kwam eraan, we verhuisden en terwijl dat een fijne periode moest zijn, voelde ik het in mijn hoofd enkel donkerder worden. Tot het licht echt uitging. Ik zat in de badkamer en was helemaal klaar met mijn leven. Mijn vriend heeft mij op tijd gevonden, me in bad gezet, mij gewassen en aangekleed. Hij heeft mij naar mijn ouders gebracht, mijn psycholoog opgebeld en aan hen hulp gevraagd. Die laatste adviseerde om mij via spoed in het ziekenhuis binnen te brengen. Zodat ik veilig was. Ik werd opgenomen, de psychiater stelde voor om een maand in opname te blijven. Dat kon voor mij echt niet; ik zou er maximum een week blijven en mijn leven weer oppikken. Ik kon niet inzien dat ik die opname nodig had. Ik moest gewoon op mijn tanden bijten en doorgaan. Zo was het toch altijd gelukt? Na dat gesprek ging ik naar mijn kamer en dacht ik: ‘binnen een paar dagen ben ik hier weg’. Ik heb heel lang gevochten tegen mijn opname, in therapiesessies zei ik bijvoorbeeld vaak niets, omdat ik niet wilde toegeven dat ik dat nodig had. De dagen gingen voorbij, in de wandelgangen hoorde ik dat anderen al drie maanden in opname zaten. Dat ging voor mij zeker niet zo zijn. Na een tijdje heb ik dan voorzichtig de therapiesessies laten binnenkomen. Samen met mijn psycholoog en door gesprekken met de begeleiders, kwamen inzichten en pijnpunten beetje bij beetje aan de oppervlakte. Ik ben uiteindelijk drieënhalve maand in opname gebleven.


In die drieënhalve maand, waarin ik slingerde tussen veel emoties, vond ik het moeilijkste alle controle loslaten. Meegaan in het ritme van de afdeling, alle emoties onder ogen zien, mijn angsten die groter worden, … Die controle greep ik, onbewust, op een andere manier terug. Ik kwam de afgelopen tijd 10 kilo bij, iets waar ik niet gelukkig om was. Ik had vaak het gevoel dat ik geen controle had over mijn leven en mijn lichaam, door niet te eten had ik ergens controle over. Ik zag het probleem niet in en zei dat ik al had gegeten, en dat ging me goed af. Ik ging wel eten met vriendinnen, maar zou dan de volgende maaltijd overslaan. Ik maakte excuses voor mezelf, zoals: ‘dat staat te ver, ik ga nu niet naar de keuken om dat te halen’. Dat gedrag werd snel gezien en ik werd geholpen.


Na mijn opname heb ik door samenloop van omstandigheden een tijdje bij mijn schoonouders gewoond, dat gaf mij ruimte om echt tot rust te komen. Daar ben ik ze enorm dankbaar voor. Om mezelf te verplichten, om verder te groeien en niet opnieuw vast te lopen, heb ik mijn psycholoog gevraagd om vaste thema’s te bepalen, zodat ik niet rond mijn problemen heen kon dansen. Sinds een tijdje kan ik weer op ons appartement zijn en wonen. Ondertussen is het een jaar geleden dat we ons appartement hebben gekocht, nu voelt het beetje bij beetje meer oké om er te zijn.


Medicatie is voor mij nooit een passend antwoord geweest. Het vlakte mij vooral enorm af. De diepe dalen gingen eruit, maar ook de hoogtes, de gelukkige momenten bleven uit. In het begin dacht ik dat medicatie alles zou oplossen. Voor mij gaf de medicatie mij even wat ademruimte, maar uiteindelijk bleek dat niet het antwoord op mijn hulpvraag.




Gesloten boek?


De mensen het dichtst rond mij stonden versteld dat ik in opname was en dat het zo slecht met mij ging. Mijn beste vriendin gaf aan dat ze nooit écht wist hoe het met mij ging; ik vroeg altijd hoe het met anderen ging, om niet over mezelf te moeten praten. Moest ik dat wel doen, hield ik het kort: ‘ja cava wel’. Ik heb geleerd om zo met emoties om te gaan; ze zo snel mogelijk zo ver mogelijk wegstoppen. Zij noemde mij altijd een gesloten boek terwijl ik dat helemaal niet zo aanvoelde.


Ondanks het feit dat ik goed omringd ben en hard aan mezelf werk, gaat het soms nog moeizaam. Op zo’n momenten steken gedachten als ‘het zou voor iedereen beter zijn zonder mij’ en ‘ik wil niet meer’ de kop op. Ik ben altijd al een serieuze ‘over-thinker’’. Constant bezig met denken hoe ik een zo min mogelijke last kan zijn voor anderen. En dat ging ooit heel ver, zo dacht ik zelfs na over hoe ik eruit zou stappen. Op welke manier zou ik anderen zo weinig mogelijk tot last zijn? Ik probeerde vroeger weg te lopen van mijn gevoelens en angsten door van werk en omgeving te veranderen, ik ging alleen wonen, samenwonen met mijn vriend, maar ik kon niet blijven weglopen. Ik moest ze onder ogen zien om ze aan te pakken. Om beter te worden.


Mijn remedie? Praat, deel, schrijf!


Mijn omgeving is goed omgegaan met mijn struggles met mijn mentale gezondheid. Ik duwde mijn gevoelens niet weg uit angst voor onbegrip maar eerder uit onwetendheid. Ik wist niet hoe ik ermee moest omgaan. En uiteindelijk werd dat ook een tweede natuur tot ik gewoon niet meer voelde.


Vroeger dacht ik dat, als ik die zaken niet uitsprak, ze er niet waren. Vandaag weet ik gelukkig dat je er pas iets mee kan doen als je ze uitspreekt en erkent. Ik schrijf ze ook op, want als ik ze enkel in m’n eigen hoofd laat bestaan, worden ze zodanig groot dat ze me overspoelen. Door erover te praten kan je het ‘uit je hoofd laten’, ‘even ergens anders parkeren’. Doe ik dit niet, wordt het in mijn hoofd echt een zwarte, groter wordende sneeuwbal waar ik niet meer omheen kan.




Wat ik tegen mijn jongere zelf zou willen zeggen


Kon ik teruggaan in de tijd, zou ik tegen mezelf zeggen: durf te erkennen dat je je niet goed voelt in een mindere periode, dat haalt de druk eraf. Zo ben je niet constant bezig met ‘het moét nu goed komen’, maar kijk naar hoe het nu gaat en wat je nu voor jezelf kan doen. En vooral zoek en investeer in een goede psycholoog. Iemand waar je echt een klik mee voelt. Ga dieper dan enkel de symptoombestrijding, als je enkel de symptomen bestrijdt ga je enkel oppervlakkig werken. Stop even en zoek naar hulp en hulpmiddelen. Je lichaam gaat blijven protesteren totdat je jezelf niet meer kunt wassen, totdat je gezicht verlamt, je werkelijk niets meer kunt. En hoe moeilijk het ook is: praat!


Ik vind het heel belangrijk en tegelijk super eng om dit allemaal niet te verstoppen. Ik probeer vaak degene te zijn die anderen hun verhaal wil horen en hen probeert te helpen. Ik vind dat enorm moedig als mensen hun verhalen en moeilijkheden durven te delen. Ik deelde niets toen ik in opname zat, zelfs mijn beste vriendinnen wisten eerst niet dat ik niet meer ‘thuis’ woonde. Het is tegenstrijdig dat ik het taboe rond mentale gezondheid wil doorbreken, maar zelf tijdens mijn slechtste periode niet communiceerde over mijn struggles. Ik adviseer ook altijd anderen om te communiceren, dat ze moedig zijn, dat ze het mogen delen, maar ik heb zelf enorm veel moeite met het te delen. Mijn vriendinnen en werkgever weten ondertussen wel dat het niet goed gaat, maar dat heeft lang geduurd. Ik wilde hen niet teleurstellen en wilde mezelf vooral niet kwetsbaar opstellen. Want ja, die angst over alle oordelen, die blijft voor mij wel. Altijd.


Nu probeer ik mezelf opnieuw te leren kennen en hard te werken aan mijn mental health. Ik ga wekelijks naar mijn psychologe. Ik leer mezelf kennen. Weten wat ik wel en niet leuk vind, zodat ik dat altijd kan bewaken. Herkennen en erkennen wanneer het niet goed gaat en zoeken wat ik dan kan doen om mezelf daardoor te halen. Mezelf beter verzorgen en de signalen leren herkennen. De kleine dingen die ik nu wel doe, zoals voor mezelf eten maken als ik alleen ben, mezelf verzorgen, een boek lezen, alleen kunnen zijn, meer praten en delen, … tonen mij hoe ik ben gegroeid. Ik denk bijvoorbeeld soms nog wel eens aan dingen afzeggen, omdat mijn angsten dan een loopje nemen met mijn hoofd, maar ik probeer te leren dat dat gevoel voorbij gaat en dat mijn doemgedachten niet de enige waarheid zijn. Al die patronen loslaten en herschrijven is een tijdrovend proces. Maar alles begint met uitspreken wat je voelt en het eruit laten, zodat je er iets mee kan doen zelf of anderen jou kunnen helpen. Want het allerbelangrijkste: je bent niet alleen!


Tekst: Inez Asaert / Studio Vonk