The Inner Power Project: Sofie

Bijgewerkt op: 16 feb.

Ik ben Sofie, 28 jaar, leerkracht economie en wiskunde van opleiding maar momenteel ben ik MPS SAP consultant (Managed payroll services) bij een sociaal secretariaat. Dat betekent, heel kort samengevat, dat ik insta voor de uitvoer van payroll- en post-payrollprocessen van grote nationale en internationale ondernemingen die hun personeelsadministratie en payroll via SAP beheren.


Thuis heb ik 115 planten (ja, ik heb ze geteld!) waar ik enorm gelukkig van word. Daarnaast ben ik heel graag onder mensen, met name mijn vrienden en familie. Ik krijg veel energie van samen dingen doen, dingen beleven, eten en drinken, gààn eten en drinken, enzovoort. Gezellig de voetjes onder tafel schuiven, vind ik heerlijk, zeker als het gepaard gaat met een goed glas wijn. Genieten van eten geeft mij energie, koken gek genoeg vaak niet. Tenzij het iets is uit één van de kookboeken van Ottolenghi, dan krijg ik plots toch een kleine energiestoot.





Vallen zonder opstaan


De voorbije jaren heb ik een burnout genegeerd en ben ik koste wat het kost, blijven doorgaan op restjes energie, waardoor ik in een depressie ben gesukkeld. De perfectionistische controlefreak in mij kon op geen enkel moment loslaten, waardoor ik ben gevallen en ben blijven vallen, tot ik mijn dieptepunt bereikte; een depressie.


Tijdens mijn studies zat ik op kot en betaalde ik mijn kosten grotendeels zelf. Om mijn rekeningen te betalen, werkte ik tijdens mijn studies een aantal avonden en in het weekend. Ik heb snel geleerd dat ik dat aankon, veel werken, en ben dat blijven doen.


Nadat ik afstudeerde, werkte ik overdag als leerkracht en ‘s avonds in een restaurant. Ik heb die jobs een tijdje gecombineerd met nog een derde job in een koffiezaak. Dat resulteerde in een mooie financiële situatie, maar weinig of geen energie op overschot. In die periode gingen mijn vriend en ik ook veel uit eten, omdat ik na mijn werk niet meer de energie had om te koken. Ik voelde toen al wel aan dat ik zo niet verder kon. Ik stopte met de drie jobs en startte fulltime bij een sociaal secretariaat. Dankzij die vaste functie en de extra voordelen, dacht ik dat ik me geen zorgen meer zou maken over mijn financiële situatie. Ik ging van drie jobs naar één. Om het restaurant, waar ik ondertussen al bijna familie was geworden, te helpen in de overbruggingsperiode na mijn vertrek, hielp ik toch nog enkele avonden in de week. Terug twee jobs in plaats van één.


Ik groeide snel bij het sociaal secretariaat: op een jaar tijd ging ik van onervaren naar zeer ervaren. Door die groei werden meer en meer grotere en zwaardere cases mijn verantwoordelijkheid. Binnen mijn job nam ik nog extra taken aan en begon ik, naast KMO-consultant, ook als bedrijfsleiderexpert. In het begin was ik nog redelijk gebalanceerd, maar na een tijdje werd ik overspoeld met werk. Terug drie jobs in plaats van twee.


Op dat punt is alles ontploft. Mijn breekpunt zat er al aan te komen toen ik de eerste drie jobs combineerde en bereikte nu zijn hoogtepunt. Mijn energiepeil zakte onder nul, ik was vermoeid en emotioneel. De trigger was een zoveelste telefoon van een boze klant. Dat was voor mij de druppel: ik ben beginnen huilen en kon niks meer. Ik verstijfde. Eén van mijn collega’s van de bedrijfsleiderexperten zat toen ook op kantoor en heeft de telefoon overgenomen. Ik kan me niet meer herinneren hoe ik die dag verder ben doorgeraakt.


De dag nadien werkte ik van thuis en belde er opnieuw een klant met een onmogelijke vraag. Ik werd meteen weer getriggerd en begon opnieuw onophoudelijk te huilen. Het was sterker dan mezelf, ik zat zodanig diep dat ik niet anders kon dan huilen. Ik ving in mijn functie vaak ‘shit’ van een ander op, maar ik kon dat er op dat moment echt niet meer bij nemen.


In een opwelling begon ik naar een andere job te zoeken. Aangezien ik in een groot bedrijf werkte, wou ik eerst eens kijken wat ze binnen hetzelfde bedrijf aanboden. Toevallig zochten ze iemand op de afdeling waar mijn stiefvader ook werkte. Hij had me eens, toen ik nog studeerde, gezegd dat zijn functie echt iets voor mij zou kunnen zijn dus ik heb hem meteen gecontacteerd. Hij heeft dan zijn leidinggevende aangesproken en nog geen 5 minuten later kreeg ik al telefoon van onze HR-afdeling. Na de afspraak bij HR mocht ik in principe meteen beginnen.


Toen ik aan mijn leidinggevende aangaf dat ik gesolliciteerd had voor de functie als MPS SAP consultant, beslisten ze om mijn huidige functie op te splitsen in twee contracten. Enerzijds fulltime KMO-consultant en anderzijds fulltime bedrijfsleiderexpert.


Ik had nu plots veel keuze, maar uiteindelijk heb ik geen moment getwijfeld. Ik zag in dat blijven geen optie was, dus het werd de nieuwe functie bij de SAP-afdeling.


Normaal gezien is het zo dat ze bij een interne transitie een vaste procedure volgen waarbij er onderling wordt overeengekomen op welk moment je de exacte switch naar de nieuwe functie maakt. Dit varieert vaak tussen de twee weken met een maximum van 3 maanden. Ik ben na 3,5 maand pas overgeschakeld. Nog 3 maanden en een half blijven putten uit de reserves van een reeds lege reservetank. Over die periode heb ik niet veel herinneringen. Ik weet alleen dat dit de drie vermoeiendste maanden uit mijn leven waren.


Ik combineerde op dat moment die job nog steeds af en toe met een job in de horeca als afleiding. ‘Ik kan dat’, dacht ik toen. ‘De extra job in de horeca zal deugd doen als afleiding’. Maar ik brandde verder en verder op. Na de overgangsperiode startte ik als junior in SAP. Dat was een verademing; ik startte ‘onderaan de ladder’, met meer focus en minder telefoons en verantwoordelijkheden. Ik heb mijn potentieel meteen getoond en kreeg dan ook snel een uitdagend internationaal dossier op mijn bord. Ik kreeg steeds interessante, nieuwe kansen en uitdagingen voorgeschoteld die ik met beide handen aangreep en ik ging ervoor. Ik vond dat super, mijn potentieel werd gezien en erkend. Ik ben hierdoor ook redelijk snel in een soort van ‘spring-traject’ beland, waardoor ik het jaar erop zou promoveren naar medior consultant. Ik haalde er veel voldoening uit, maar het vroeg ook veel van mij. Ik dacht de stress aan te kunnen en accepteerde het aanbod.


Corona: stress en negatieve gedachten staken de kop op


Ondertussen stond Corona voor de deur. Mijn vriend had mij ten huwelijk gevraagd in 2019, en snel daarna begonnen we met de plannen voor ons huwelijk. Een huwelijk dat we 1001 keer moesten verplaatsen/aanpassen/omvormen door de lockdowns en maatregelen. De drukte van de job en de extra stress van onze trouw hebben mij toen volledig uitgeput. Ik sliep nog amper en had geen energie.


Uiteindelijk kon onze trouw toch doorgaan, mits enkele aanpassingen. Dat was een zalige periode, twee weken later zweefde ik nog op een roze wolk. Maar kort daarna kwamen de donkere wolken weer terug. Na die weken werd het een beetje rustiger op kantoor en overviel het gevoel van ‘wat doe ik hier eigenlijk?’. Ik wilde er echt niet meer zijn. Ik wou nergens meer zijn. Ik had heel negatieve gedachten en ik zag op dat moment ‘niet meer leven’ als enige oplossing.


Het gebrek aan slaap versterkte dat gevoel. Mijn negatieve gedachten namen ‘s nachts ook vaker de overhand. Op een bepaald moment herinner ik mij dat ik aan de rand van een brug stond, klaar om te springen, en ik plots dacht ‘dit bén ik niet, ik kan mijn man, vrienden en familie dit niet aandoen. Ik heb hulp nodig, ik wil mij niet meer zo voelen.’


Ik heb kort daarna mijn man, mama en zus ingelicht. Mijn mama reageerde kwaad en streng; ze verplichtte mij om naar de dokter te bellen. Ik sloot me af en stelde haar adviezen uit. Ondertussen had mijn zus ook mijn papa en broer ingelicht. Mijn papa belde mij met de vraag of ik die dag thuis was. Hij belt normaal nooit met zo’n boodschap. Hij heeft me dan thuis ook redelijk kordaat verplicht om naar de dokter te bellen.


Dat kwam binnen. Ik heb uiteindelijk de dag nadien naar de dokter gebeld en kon daar redelijk snel terecht. De huisarts heeft de tijd genomen en wou me niet laten gaan zonder perspectief. Zij regelde voor mij een psychiater van wacht, die mij die avond nog kon zien. Daar deed ik mijn verhaal opnieuw. We zouden meteen starten met medicatie om mijn slaapprobleem aan te pakken en begonnen aan de eerste reeks antidepressiva.





Ziekteverlof met ups en downs


Ik bleef drie weken thuis, wat mij wel ruim voldoende leek om te helen. Maar eenmaal thuis kwam alles binnen. De medicatie (zowel slaappillen als antidepressiva) sloegen niet meteen aan, dus ik heb vaak gewisseld om de juiste medicatie te vinden. Die juiste medicatie heb ik uiteindelijk pas redelijk laat gevonden. Na die eerste drie weken thuis, had ik het gevoel dat ik er nog niet klaar voor was. Ik had aansluitend twee weken vakantie, maar sloeg in paniek bij de gedachte om nadien terug te gaan werken. Met die boodschap ging ik naar de huisarts, die mij dan nog enkele weken ziekteverlof voorschreef. Bij de volgende afspraak met de psychiater, werd ik meteen twee maanden extra thuis geschreven.


In de overbruggingsperiode, tot mijn medicatie werkte, heb ik zelf meubels gemaakt en gerecycleerd. Ik stortte mij in projecten omdat ik geen blijf wist met mezelf. Zo heb ik de gordijnen en inbouwkasten thuis besteld en in elkaar gestoken. Ik kreeg woedeaanvallen, angstaanvallen, huilbuien, en heel wat moodswings waarbij ik vragen had zoals ‘hoe lang zou ik mijn adem kunnen inhouden voordat ik stik? Zou ik mijn schedel kunnen breken als ik mijn hoofd tussen de schuifdeur ram? Enzovoort...’. Maar ook weer meteen na zulke vragen kwam er weer schuldgevoel, schaamte,... De gedachte dat mijn man alleen zou achterblijven, kreeg me uiteindelijk wel weer kalm . Ik was niet mezelf in die periode.


Gezondheidsproblemen als warning sign


Doorheen de periode van burnout tot depressie kreeg ik hartproblemen. Na enkele onderzoeken bleek dat ik een ritmestoornis had door de stress. Ik had veel last van die ritmestoornissen en kreeg op elk druk moment weer last, alsof mijn hart uit mijn borstkas zou springen. Het ‘hoogtepunt’ van de klachten kwam toen ik met een razend hart wegzakte, ik kon wel overeind blijven maar bleef in gedachten vallen en leek van de wereld. Er werd een ambulance gebeld, ze onderzochten mij maar vonden niets.


Net voordat ik uitviel, begon mijn hart opnieuw enorm snel en hard te kloppen. Ik zat in een online meeting en lichtte mijn collega’s in. Ik smste mijn vriend dat ik me niet goed voelde en dat ik een ambulance zou bellen. Hij belde en bleef per ongeluk ook tijdens de rit aan de lijn hangen.


In de ambulance zagen ze dat mijn hart tegen 200 per uur ging. Mijn hart kreeg dubbele impulsen, waar je normaal maar een enkele impuls zou moeten krijgen. In het ziekenhuis bleek het dan opnieuw om stress te gaan. Pas lang na dat ik uit ben gevallen, besefte ik dat al mijn klachten veroorzaakt werden door de stress, mijn drie jobs en dubbele functie op het werk. Dat dat ook een uiting was van de burnout, waarbij mijn lichaam aangaf dat het te veel werd.


"Toen ik besefte dat alles getriggerd werd door stress, besliste ik om erover te praten”


Vanaf het moment dat ik besefte dat alles getriggerd werd door stress, begon ik erover te praten met mijn vriend en mijn omgeving. Ook mijn eetstoornis kwam ter sprake, iets wat niemand was opgevallen. Ik praatte dit ook goed voor mezelf, na een maaltijd was ik vaak misselijk en zou ik me pas beter voelen nadat ik zou overgeven. Die logica had ik zelf gecreëerd, en door het aan anderen te vertellen werd er meer op gelet, en merkte ik dat dat geen normaal gedrag was. Daarbij komt dat ik mij niet goed voelde, waardoor ik geen eetlust had. En door de stress kwam ik ook bij, waardoor mijn relatie met eten nog verslechterde.


Mijn sessies bij de psycholoog en psychiater hebben me ook andere inzichten gegeven, zo werd er ADD, een concentratiestoornis, bij mij vastgesteld. Volgens mijn psychiater compenseerde ik die; controlefreak en perfectionist staan dus in om de ‘balans’ te behouden. Het tegengewicht van mijn aandachtsstoornis. Ik was in paniek bij verandering of wanneer iets niet perfect verliep, dit ligt ook aan de basis van mijn burnout. Ik ben van nature een people pleaser die alle problemen wilt oplossen, daarom bleef ik de mensen in het restaurant tijdens mijn eerste job bij het sociaal secretariaat helpen en ging ik ook daar over mijn grenzen. Dat patroon van anderen willen helpen en hun lasten dragen is een terugkerend fenomeen, wat aan de basis lag voor mijn burnout en later ook mijn depressie. Mezelf sterk houden voor anderen maakte dat ik mijn burnout negeerde. ‘Doe niet zo flauw’, dacht ik vaak als ik geen energie had of me slecht voelde. Ik was te trots om op de rem te gaan staan.





Van burnout naar depressie


Mijn depressie was dus een gevolg van een genegeerde burnout, die al aan de oppervlakte kwam toen ik drie jobs combineerde. Ik ben jaren blijven doorgaan en ben dan ook blijven opbranden. Daardoor ben ik zo hard gecrasht. Ik putte uit mijn reservetank, vandaar dat ik geen energie meer had om te koken, constant moe was en helemaal niets meer wilde doen. Ik ging naar de psycholoog met de boodschap ‘ik heb een lichte burnout gehad, denk ik’, maar zij zei meteen dat ik in een zware depressie zat.


Het erkennen was de eerste stap, als ik het niet kon inzien en toegeven ten opzichte van mezelf, zou ik niet verder geraken. Vanaf dat moment ging ik elke week naar de psycholoog. Dat was zwaar, ik had geen fut om buiten te komen. Initieel dacht ik dat ik er na drie weken wel uit zou zijn. Die drie weken werden drie maanden, waarin ik niks kon doen. En die drie maanden werden er uiteindelijk 9. Ik vond het heel moeilijk om toe te geven dat ik niet snel beter zou worden en schaamde me ook dat ik zo lang niks deed.


Ik wou niet buitenkomen, uit angst dat collega’s mij zouden zien en zouden beoordelen. Mijn psycholoog weerlegde die angst wel en zei dat het net goed zou doen, buiten komen en dingen doen. Maar toch vond ik het moeilijk om dat los te laten. Ook vond ik het moeilijk om te erkennen dat dit bij mij gebeurde, en niet bij een ander. Iedereen zag het wel aankomen, omdat ik zodanig veel jobs combineerde en veel uren klopte, maar het is nooit doorgedrongen. Ik negeerde het feit dat ik eigenlijk al in een burnout zat en te veel hooi op mijn vork nam, dat ik te veel huilde over en door mijn jobs en dat ik constant moe was.


Doordat ik dat bleef negeren, kon ik ook blijven teren op mijn reserves. Die periode blijft tot vandaag nog wazig, ik herinner mij niet alles 100%. Pas toen ik de juiste medicatie en de rust weer vond, kon mijn brein zaken weer registreren en dingen opslaan.


De situatie vandaag


Sinds een tijdje neem ik geen slaapmedicatie meer. Na maanden veranderen en combineren, pillen die geen of te veel nachtrust gaven, me slecht deden voelen en waar veel bijwerkingen bij kwamen kijken, kan ik dit eindelijk achter me laten. Ik heb sindsdien ook weer een andere dagmedicatie, die ook een positieve invloed heeft op mijn nachtrust. Mijn eetstoornis is nog aanwezig, maar in mindere mate. Ik struggle nog, maar ik eet wel, wat ik vroeger liever niet deed.


Ik ben heel dankbaar voor mijn psychiater en psychologe. Wanneer ik ze nu zie, ben ik ook trots om te vertellen dat ik me beter voel. Ik ben ook zo dankbaar dat ik niet van die brug ben gesprongen, omdat ik dingen heb meegemaakt die ik anders niet meer had kunnen ervaren. Wanneer ik nadenk over alle gebeurtenissen die ik anders gemist zou hebben, kan ik echt huilen. Huilen van geluk. Dat kunnen ze mij al niet meer afpakken.


Ik ben altijd sterk geweest, de sterke van het gezin die haar plan zou trekken, waar anderen op konden steunen. Dat geeft het vertekend beeld dat ik mezelf altijd red en altijd oké ben. ‘Ik ben oké, ik ben de sterke en ik zal alles wel dragen’. Dat is een enorm werkpunt voor mij, nog steeds. Ik moet mezelf echt nog elke dag de vraag stellen ‘Wil ik dit doen? Of kan ik dit doen, en kan iemand anders dat eventueel ook doen?’.


Als ik kon tijdreizen, zou ik tegen mezelf zeggen dat opgeven en springen het niet waard is. Ik zou zeggen dat er nog zodanig veel mooie momenten zouden komen dat het echt de moeite is om nu te vechten. Ik zou me verzekeren dat ik ooit weer normaal zal kunnen slapen en dat ik mij, ook al lijkt het op dat moment zo onwaarschijnlijk, ooit weer gelukkig zal voelen.


Dit wil ik meegeven aan anderen


Ik heb nog een boodschap voor iedereen die op een breekpunt zit. Geef toe aan de vermoeidheid. Schaam je niet. Je bent niet “kapot”. Je kunt je ooit wel echt weer gelukkig voelen. Er zijn verschillende wegen om beter te worden en er is echt geen enkel probleem erg genoeg om je eigen leven te beëindigen. Tekst: Inez Asaert / Studio Vonk